Niettemin zag het er in het begin van de negentiger jaren slecht uit voor Unix. De massamarkt was door Microsoft veroverd en de hoge prijs van de verschillende Unixen verhinderde dat er serieus aan een Unix voor pc's werd gewerkt. Alleen Microsoft had geëxperimenteerd met een eigen Unix voor pc's, Xenix geheten, en die was als SCO Unix een eigen leven gaan leiden. Unix op de pc kon dus wel, alleen kostte een volledige installatie toen nog (omgerekend) zevenduizend euro en dat kon natuurlijk geen enkele thuisgebruiker opbrengen.
In 1991 veranderde dat dramatisch. Een Finse student, Linus Torvalds, ergerde zich aan het feit dat zijn favoriete besturingssyteem, Unix, niet thuis op zijn pc kon draaien. Toen hij hoorde van Minix, een OS gemaakt door Andy Tanenbaum op de Vrije Universiteit in Amsterdam, was hij direct geïnteresseerd. Minix was geïnspireerd door Unix. Linus vond Minix aardig, maar miste functionaliteit. Hij wilde het gaan uitbreiden, maar Tanenbaum wilde dat niet. Hij wilde Minix klein houden om het te kunnen gebruiken als onderwijsmateriaal. Toen besloot hij zelf maar een OS te gaan schrijven. Dat was echter niet zijn grootste verdienste. Het geniale van Linus Torvalds was dat hij het op universiteiten toen al lang populaire internet gebruikte om medestanders te vinden die samen met hem aan een Unix voor pc's wilden werken en dat wilden uitbrengen onder het GNU copyleft. Het befaamde usenetbericht van Linus uit 1991 begon als volgt: ''Hello everybody out there using minix - I'm doing a (free) operating system (just a hobby, won't be big and professional like gnu) for 386(486) AT clones.'' We moeten niet vergeten dat op een typisch Linux-systeem met honderden megabytes aan ''vrije'' programmatuur, slechts een miniem gedeelte van vijf- à zeshonderd kilobytes (de kernel) echt ''Linux'' is. De rest bestaat uit software die door anderen in het kader van het GNU copyleft is geschreven en aan de rest van de wereld ter beschikking gesteld. En daarin ligt de grote verdienste van Linus Torvalds: het bij elkaar brengen van al deze bestaande stukjes tot een coherent besturingssysteem.
Hiermee is Unix eindelijk weer terug waar het thuishoort: in de wereld van openheid, onderwijs en experiment, van samenwerking en peer recognition. En het is hoopgevend dat deze onbetaalde aandrang om erkend te worden binnen het wereldje van hackers, programmeurs en internet erin is geslaagd waar miljoenenfirma's als IBM, Sun, Novell en al die andere hebben gefaald: het vormen van een serieuze bedreiging voor het gigantische Microsoft.
Ongeacht wat de toekomst brengt, één ding is zeker. Met Linux is de geest van vrije software definitief uit de fles en niemand zal hem er ooit weer in terug kunnen stoppen. De GNU-filosofie van open source, die iedereen kan bekijken en die door iedereen kan worden aangepast en verbeterd, bestaat nu al 20 jaar en anders dan de commerciële bovenbazen graag beweren: zij heeft niet tot versnippering geleid. In tegendeel: de GNU-software is verreweg de beste software die er bestaat.