next up previous contents
Volgende: 1.3 Geschiedenis van Linux Omhoog: 1 Inleiding Vorige: 1.1 Wat is Linux?   Inhoudsopgave

1.2 Enkele begrippen

Met open-sourcesoftware sta je dichter bij de broncode. Veel wat je bij Linux ziet, zul je beter begrijpen als je iets weet over hoe software gemaakt wordt en in elkaar zit. De volgende begrippen zijn belangrijk.

Broncode of source code
Om het eenvoudiger te maken software te schrijven zijn programmeertalen uitgevonden. Broncode of source code is het programma in de een of andere programmeertaal. Het moet door een compiler (vertaler) heen om er machinecode van te maken, een serie instructies die de computer direct kan uitvoeren.
Assembler
Programmeertaal op het laagste niveau. Het staat net iets boven machinecode, maar niet veel. Je beschrijft er instructies mee die de processor moet uitvoeren.
C
Een programmeertaal van een hoger niveau. C is gemaakt voor Unix en zodoende is veel software voor Linux (en de kernel en GNU-software zelf ook) in C geschreven. In C kun je functies of routines maken.
Executable
Een bestand dat direct kan worden uitgevoerd door de computer. Broncode is dat niet. Na het te hebben gecompileerd zal een bestand in objectformaat worden aangemaakt. Dat bevat code die wel door de computer is uit te voeren. In Linux hebben deze bestanden een speciale flag die aangeeft dat het uitvoerbaar is en verder geen extensie. In Windows hebben ze exe als extensie.
Library of bibliotheek
Een (shared) library is een collectie voorgecompileerde routines die door een programma gebruikt kunnen worden. Een library is in objectformaat opgeslagen. De bestandsnamen eindigen op .so in Linux en .dll in Windows. Een library is handig voor routines die in meer software nodig is. Zo zijn er library's voor het decoderen van MP3 en het tekenen van GUI-componenten voor een GUI-programma.
Porten
Een stuk software naar een ander platform (hardware/OS) omzetten. Dit is het eenvoudigste als het geschreven is in een hogere programmeertaal zoals C. Het kan dan door een andere compiler gehaald worden om code voor de nieuwe processor te maken. Tussen Unix-achtige OS'en is porten vrij eenvoudig, zodat de meeste open-sourcesoftware voor alle Unices te gebruiken is.


next up previous contents
Volgende: 1.3 Geschiedenis van Linux Omhoog: 1 Inleiding Vorige: 1.1 Wat is Linux?   Inhoudsopgave
2005-08-23